Waar gaat het zondag over?

Cyclus 'Waar wijsheid woont' - 2 februari t/m 23 februari 2020

Inleiding

Deel 2: De tijd dringt

Het risico van die wijsheid van het gewone leven, is dat hij stolt. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Alles wat afwijkt van normaal wordt gevonden, wordt dan veroordeeld. De wijsheid wordt wettisch Het is Prediker die daartegen in opstand komt. Hij valt de gevestigde orde aan met zijn bittere waarneming over het gebrek aan orde en over de zinloosheid van het bestaan. Daarmee boort hij een nieuwe wijsheid aan, die tegendraads en scherp is. Prediker denkt ‘out of the Spreuken-box’.
Dat levert ons vandaag de dag nieuwe scherpe adviezen op. Juist in onze tijd, waarin geluk het criterium voor succes lijkt geworden. Wat doe je dan met je ervaringen van ongeluk en mislukking? Prediker is een confronterende leermeester: ‘Beter een levende hond, dan een dode leeuw.’ Daarmee sluit Prediker aan bij het moderne levensgevoel, waarin we ons massaal druk lijken te voelen : ‘Het is allemaal zo vermoeiend’ (Pred.1), relativeert hij de tijdsdruk (Pred.3) en adviseert hij ons waar we het dan wel moeten zoeken als het gaat om geluk (Pred.9)
Ook Jezus sluit in de Bergrede vriendelijk, maar radicaal aan bij Prediker met zijn oproep tot onbezorgdheid. Cruciaal daarin is het leven vanuit vertrouwen, dat er plaats genoeg is voor ieder van ons onder de blauwe hemel, dat we elkaar mogen dragen en ons gedragen mogen weten door de Eeuwige.
Kortom: vertragende adviezen voor haastige mensen. Een deel over dat dubbele gevoel van bezorgde haast en het verlangen naar onbezorgdheid.

Zondag 2 februari

Thema: Ik ben zo moe
Voorganger: Elise Rommens-Woertman
Lezing: Prediker 1: 1 – 11

Prediker laat zich niets wijs maken. Hij kijkt om zich heen en ziet niets dan zinloosheid. En dat zegt hij hardop. Voor sommigen is dat shockerend, omdat Prediker schopt tegen de gevestigde orde en morrelt aan hun verlangen naar samenhang. Hij schiet alle religieuze mooipraterij aan flarden.
Voor anderen is Prediker juist bevrijdend, omdat hij woorden geeft aan hun ervaring van zinloosheid en die daarmee erkent. Prediker gaat voorbij aan ‘dat mag je niet zeggen of denken’. Prediker is niet bang om de angst dat het leven zinloos is te benoemen. En dat is hoopvol, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Want hij luistert naar wat er leeft en brengt ons bij de waarachtigheid. Na die ontmaskering begint een nieuwe zoektocht naar goddelijke aanwezigheid. Zonder grote woorden.

Zondag 9 februari m.m.v. het Janskoor

Thema: Geen tijd!?
Voorganger: Jasja Nottelman
Lezing: Prediker 3: 1 – 15

Het lied van de tijd begint met het menselijk geboren worden en sterven. Het eindigt met grote historische gebeurtenissen als oorlog en vrede. Zo verbindt hij het kleine mensenleven met de grote geschiedenis. Daartussen speelt het menselijke gedoe zich af. God en lot lijken angstig dicht bij elkaar te liggen. Prediker gaat daar niet tegen tekeer, zoals Job. Hij buigt voor die orde. Niet klakkeloos of berustend, maar kritisch. ‘Het geloof is niet een gemakkelijk manier om van de vragen af te komen, het is de enige manier om vragen serieus te stellen.’(Okke Jager)
Eén vraag die we vanuit Prediker 3 aan onszelf kunnen stellen is die over ons omgaan met de tijd. In haar boek Stil de tijd maakt Joke Hermsen onderscheid tussen chronos en kairos, tussen de tijd van de klok en de beleefde tijd. Hebben we de tijd of heeft de tijd ons?

Zondag 16 februari Tienerdienst

Thema: Regel en roes
Voorganger: Elise Rommens-Woertman
Lezing: Prediker 11 – 12: 1

Prediker spreekt spannende woorden over hoe je kunt omgaan met werken en feesten, met verantwoordelijkheid en genieten, met regel en roes. Spannend voor ouderen, omdat zij niet steeds moeten roepen ‘ga nou eens wat doen!’. Spannend voor jongeren omdat je ooit geconfronteerd kunt worden met de gevolgen van je gedrag.
Prediker verwoordt ook iets van het gevoel van jongeren: later wordt alles saai en zinloos.
Dus dat is de vraag: hoe samen te leven onder de zon en in de zon?
Prediker geeft geen eenduidige richtlijn, hij laat de spanning in tact. Daarmee wordt het ons eigen probleem. We moeten het samen uitzoeken. Met jeugdigheid als medicijn tegen saaiheid, levenservaring als kader om de wereld te ontdekken.

Zondag 23 februari m.m.v. het Janskoor

Thema: Maak je geen zorgen
Voorganger: ?
Lezing: Matthéüs 6:24-34

In al zijn eenvoud is de uitspraak van Jezus – ‘maak je geen zorgen over jezelf’- radicaal en confronterend. Juist omdat we onszelf steeds tegenkomen, met onszelf worden geconfronteerd. Vaak worden we gestuurd door angst en onzekerheid. En ook al weten we dat we niet alle risico’s kunnen verzekeren, we nemen toch het zekere voor het onzekere.
Je kunt de uitspraak van Jezus lezen als een oordeel over onze hang naar zekerheid: je moet vertrouwen in plaats van je te verzekeren. Maar we kunnen het ook lezen als liefdevolle erkenning van onze angst en onzekerheid. Jezus neemt onze angst en onzekerheid op in een nog dieper dragend vertrouwen. Voordat je je kunt overgeven aan dat vertrouwen kan het goed zijn om je eigen angst te onderzoeken. Er is niets mis met zelfreflectie. Maar er is geen therapie voor de laatste angst. Dan rest slechts overgave. En overgave leidt tot onbezorgdheid. Niet omdat de laatste angst er niet meer is, maar omdat God groter is dan die angst.

Cyclus 'Inkeer en omkeer' - 26 februari t/m 12 april 2020

Inleiding

door Elise Rommens-Woertman

‘Troost, troost mijn volk!’ – zo begint de tweede Jesaja zijn boek, waar we in de vieringen in de veertigdagentijd uit lezen. God zegt troost aan midden in de ballingschap van het volk Israël. In deze veertigdagentijd zoeken we die troost voor en in een wereld die leeft in ballingschap. Dat vraagt om inkeer, om bezinning voor ons persoonlijk en voor ons als gelovige gemeenschap: Wat is die ballingschap? Op welke manier zijn wij ballingen? Wat houdt ons gevangen?

Het zijn persoonlijke en maatschappelijke vragen die aan bod komen, waarin de urgentie om om te keren van wegen die doodlopen doorklinkt. Het labyrint staat symbool voor het zoeken van die goede weg die naar het leven leidt, te midden van alle dwaalwegen. Om naar het binnenste naar het hart van het labyrint te gaan, en daar als een ander mens dezelfde weg naar buiten af te leggen. Op verschillende manieren zal het labyrint ook in de vieringen een plek krijgen. Daarover volgt meer praktische informatie in januari.

We lezen door de profetie van Jesaja heen en komen uit bij de lijdende knecht des Heren (Jes.53) – een voorafschaduwing van de Messias – die radicaal kiest voor geweldloosheid en voor diepe verbondenheid met hen die lijden. De vraag is hoe die lijdensweg verbonden is met troost en hoop. Op welke manier geven wij dat gestalte in ons leven? Hoe vinden wij hier troost in? 
In de Goede week banen we ons een weg naar het Licht van Pasen aan de hand van het evangelie van Markus, die helder en bondig beschrijft hoe Jezus zijn tocht naar Golgotha, en daar voorbij, volbrengt.

Aswoensdag, 26 februari

Thema: Troosten

Voorganger: Kees van der Zwaard

Lezing: Jesaja 40: 1 – 11

Op Aswoensdag staan we aan het begin van de weg naar binnen: We zoeken onze eigen wegen naar het Licht van Pasen, en mogen ons daarin ook verbonden voelen met de vele anderen die op weg zijn, of dat in de tijden voor ons deden.
Vandaag horen we het krachtige begin van Jesaja 40: “Troost, troost mijn volk, zegt jullie God”. Het volk Israël leeft al jaren in ballingschap. Op vreemde grond moeten zij een nieuw bestaan opbouwen, Jeruzalem ligt in puin. Daarom wordt haar moed ingesproken, dat de Eeuwige zal komen, dan wordt het land weer bewoonbaar, wordt samenleven mogelijk. God troost ons. We hoeven de weg van inkeer en omkeer niet alleen te gaan, Zij gaat al voor ons uit. De diepe dalen, scherpe randen in ons bestaan, eenzame pieken zullen afgevlakt worden, de weg mag gebaand worden. Hoe staan wij aan het begin van deze weg erbij? Waar hebben wij troost voor nodig? Welke moed hebben we nodig om op weg te gaan?

Zondag, 1 maart

Thema: Kracht krijgen

Voorganger: Kees van der Zwaard

Lezing: Jesaja 40: 12 – 31

Direct na de belofte dat de Eeuwige voor ons uit zal gaan, vervolgt Jesaja met een weidse retorische uiteenzetting wie God is. God is anders dan al het geschapene dat we kennen. “Met wie wil je God vergelijken, hoe is hij uit te beelden? Roept Jesaja in vers 18 uit. De Eeuwige is vanaf het begin intens betrokken op de hele schepping, ook, misschien wel juist voor hen die in ballingschap verkeren. Voor hen die moeten leven aan de einden van de aarde, die door de volken onder de voet gelopen zijn. God is het die kracht geeft aan de machtelozen, op een manier die ons vervult in plaats van uitput. Wat betekenen deze grote woorden voor ons? Wanneer ervaren of zien wij ballingschap om ons heen? Wat zeggen de beelden van God zoals Jesaja die beschrijft ons? Waar blijven we bij haken, waar leven we van op? Waar zien wij momenten van kracht in ons leven en in onze wereld?

Zondag, 8 maart m.m.v. Janskoor

Thema: Geroepen zijn

Voorganger: Jasja Nottelman

Lezing: Jesaja 42: 1 – 13



We lezen vandaag het eerste lied over de dienaar van God,

de dienaar als iemand die trouw is aan de wegen van de Eeuwige,

die het spoor van gerechtigheid wil gaan tot het uiterste.

Hij is geroepen door God, om tot een licht voor alle volken te worden,
Om hen die gevangen zitten te bevrijden.

Er ontstaat nieuwe speelruimte,

licht en warmte om het goede zaad te laten ontkiemen.

Wie is die dienaar voor ons, die in deuteroJesaja een steeds belangrijkere rol gaat spelen? Waar zoeken en vinden wij nieuwe speelruimte?
Welke inzichten geeft het ons om op internationale vrouwendag dit verhaal vanuit het perspectief van vrouwen te lezen? Welke andere beelden geeft dat van de dienaar van God? Waar zijn wij toe geroepen?

Zondag 15 maart

Thema: De weg banen

Voorganger: Elise Rommens-Woertman

Lezing: Jesaja 45: 1 – 13

In hoofdstuk 45 wordt Cyrus aangesproken, de gezalfde Gods,
 die de gerechtigheid concreet gestalte mag geven. 
Zo wordt de weg gebaand voor de komst van de Eeuwige,
 die herkend kan worden aan de gerechtigheid.
 Uit de hemel stroomt die gerechtigheid neer uit de wolken
en laat de aarde zich openen.
 Ook klinken er scherpe woorden voor hen die de strijd aanbinden, met de Eeuwige door wie hij gevormd is.
 Hoe klinken die woorden voor ons? Waar zien wij nieuwe wegen ontstaan die leiden naar gerechtigheid?
 Welke weg baan jezelf door het leven,
waar brengt deze weg jou?

Zondag 22 maart mmv. Janskoor

Thema: Vertrouwen

Voorganger: Kees van der Zwaard

Lezing: Jesaja 50: 4 – 11

Vandaag klinkt de stem van Jesaja, die zijn roeping beschrijft.
 God heeft zijn oren geopend, hem een vaardige tong gegeven, en Jesaja is er niet voor teruggedeinsd, ondanks dat hij beschimpt en bespuwd is,
 zijn rug blootgesteld aan folteraars.
Jesaja beschrijft hoe hij vol vertrouwen de weg gaat die zich voor hem ontvouwt:
Vertrouwen juist als je door het duister gaat en heen licht meer ziet.
Dat lijkt moeilijk met elkaar te rijmen: Op wie of wat stellen wij ons vertrouwen? 
Wat herkennen wij in de roeping van Jesaja en wat juist helemaal niet?
 Wie is vandaag de dag te beschouwen als een Jesaja die de weg baant en ons wijst op het licht?

Zondag 29 maart

Thema: Lijden

Voorganger: Marian Geurtsen

Lezing: Jesaja 52: 13 t/m 53: 13



Op de laatste zondag voor de Goede Week begint lezen we het vierde deel over de dienaar van God. Een veel besproken, vaak moeilijk te verteren tekst.
 Vanwege het lijden dat er in voorkomt, dat gekoppeld wordt aan de wandaden van ons mensen. Vanwege de scherpe taal, de te eenduidige personificatie met Jezus in later tijden. Hoe lezen wij deze tekst? Hoe past het in het geheel van Deutero-Jesaja en verhoudt het zich tot eerdere teksten over de dienaar van God? Waar blijven wij bij haken? Hoe laat het ons eventueel anders kijken naar vormen van ongerechtigheid?
Welke weg ontvouwt zich voor ons?

Palmzondag 5 april m.m.v. het Janskoor

Thema: Eropuit trekken

Voorganger: Jasja Nottelman

Lezing: Jesaja 55: 12 – 13 en Marcus 11: 1 – 13



Deutero-Jesaja eindigt met de belofte dat we vol vreugde zullen uittrekken en in vrede huiswaarts zullen keren. Er komt een einde aan de ballingschap, er is een plek waar je thuis mag zijn, waar de bergen en heuvels je juichend zullen begroeten. Aan de lange reis komt een einde, in het binnenste van het labyrint van wegen en dwaalwegen is er een plek om te leven in overvloed. 
Een aantal eeuwen later herkennen mensen die weg in Jezus, die de belichaming vormt van een leven dat draait om liefde en gerechtigheid. Daarom barsten mensen uit in het Hosanna zodra Jezus Jeruzalem binnentrekt, zoals we horen in het evangelie van Marcus vandaag op Palmzondag. Jezus brengt een ommekeer teweeg bij de mensen die hij op zijn weg tegenkomt. Tegelijk doemt de Olijfberg al op, een vooruitwijzing naar de lijdensweg van Jezus, die dichterbij komt.

Witte Donderdag, 9 april m.m.v. het Janskoor, 19.30 uur

Thema: Delen

Voorganger: Jasja Nottelman

Lezing: Marcus 14: 12 – 31


De evangelist Marcus beschrijft de gebeurtenissen rond Jezus op beknopte, aanschouwende wijze. Er wordt geen woord teveel gezegd. Op de eerste dag van Pesach wordt het paaslam geslacht in de tempel. Dat markeert het begin van het einde van de weg van Jezus. Op subtiele wijze wordt hij daarmee in de traditie geplaatst, en krijgt ook de maaltijd een dubbele lading. Het is een bitterzoet gebeuren in die bovenzaal. De vrienden van Jezus delen de maaltijd met elkaa. Jezus zelf plaatst het in een groter verband: dat van het koninkrijk van God, omdat zij in liefde hun leven delen. Tegelijk is ook de menselijke weerbarstigheid te zien, in ontrouw en verloochening, in verbonden zijn en daar niet naar handelen. Soms lopen onze wegen niet gelijk op met de weg van liefde en gerechtigheid, stoten we op muren, rennen we weg van wat wezenlijk is.

Goede Vrijdag, 10 april m.m.v. het Janskoor, 19.30 uur

Thema: Ten ondergaan 

Voorganger: Kees van der Zwaard

Lezing: Marcus 15: 16 – 47



Op deze Goede Vrijdag lezen we verder in het evangelie volgens Marcus. De weg die Jezus vandaag gaat, wordt voor hem bepaald. Niet meer volgt hij zijn eigen spoor, verbonden met de Eeuwige, maar wordt hij geleid door soldaten, zijn ondergang tegemoet. Zelfs op die weg naar Golgatha, naar wat voor hem het einde is, kruisen anderen zijn wegen. Hij ontmoet Simon van Cyrene, een voorbijganger, die onder dwang Jezus helpt zijn kruis te dragen. Wat zou dat voor hem betekend hebben? Zou Simon daardoor op een ander spoor gezet zijn, zou het een moment van inkeer of ommekeer geweest zijn? Jezus wordt aan het kruis gehangen, in alle eenzaamheid. Hier wordt de kern van zijn leven zichtbaar: een leven uit liefde. De voorbijgangers die hem passeren leveren commentaar, maar zijn niet verbonden met hem, met wat er aan hem gebeurt. De centurio herkent na het sterven van Jezus wie hij was ‘Gods zoon’. Jozef van Arimatea draagt Jezus met een aantal vrouwen, waaronder Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus ten grave. Hun liefde voor Jezus gaat voorbij de grenzen van de dood.

 

Aansluitend aan de viering is er een wake in de Janskerk tot middernacht om te verstillen, naar binnen te keren en dat wat er gaande is in de wereld voor de Eeuwige te brengen.

Stille zaterdag, paasnachtviering, 11 april m.m.v. het Janskoor, 22.30 uur

Thema: Naar buiten gaan

Voorganger: Elise Rommens-Woertman

Lezing: Marcus 16: 1 – 8



In de Paasnachtviering lezen we het verhaal door, waar het op Goede Vrijdag gestopt is. Na de Sabbat gaan beide Maria’s gezamenlijk naar het graf, op de eerste dag van de week. Nieuw begin wordt mogelijk waar alles doods en gesloten leek. Bij het graf aangekomen blijkt de steen weggerold te zijn. De steen, die definitief het einde bezegelde, is aan de kant gerold. Er blijkt in het diepst van de nacht een ommekeer plaatsgevonden te hebben, er verschijnt een nieuwe weg, door de afgrond naar het Licht. De vrouwen gaan het graf binnen, ze gaan door het donker en ontmoeten in het duister een man die in het wit gekleed is, teken van hoop en licht, die hen zegt: Jezus is niet hier, hij gaat jullie voor naar Galilea. Op een andere manier baant Jezus nu de weg voor hen, trekt er een spoor van licht door de wereld. De vrouwen schrikken van deze plotselinge wending, kunnen onze ogen het licht verdragen?

Zondag 1e Paasdag, 12 april m.m.v. het Janskoor

Thema: Verschijnen

Voorganger: Kees van der Zwaard

Lezing: Marcus 16: 9 – 18



Het spoor van liefde en gerechtigheid gaat de wereld door. Op verschillende momenten en plekken verschijnt Jezus aan anderen. Door lijden en dood heen vindt een ommekeer plaats: het goede nieuws gaat de hele wereld door. Zoals God bij monde van Jesaja troost en moed schonk aan het volk dat in ballingschap leefde, zo waart er nu een nieuwe wind rond: de weg naar binnen is ook de weg naar buiten geworden, waar alle mensen van goede wil in mogen delen. Dat vraagt om buiten je gebaande paden te kijken, ons op een ander spoor te zetten en ons te laten raken. Om lef en vertrouwen, om steeds opnieuw die liefde te ontvangen en te delen.

Contact

Vieringen
Janskerkhof 26, Utrecht
zo. @ 11.00 uur

Secretariaat
Boerhaaveplein 199, Utrecht
ma. en do. @ 10.00-15.00 uur

Telefoon & Mail
06 461 477 28
secretariaat@janskerkgemeente.nl

Website en social media
06 343 15 967
website@janskerkgemeente.nl

Blijf in contact

Wekelijks versturen wij een nieuwsbrief met informatie over
de vieringen en activiteiten in onze gemeente.