Waar gaat het zondag over?

Cyclus “Samen-Leven“ - 8 september t/m 29 september 2019

Inleiding

Aan het begin van het nieuwe seizoen in de Oecumenische Janskerkgemeente staat het thema samen-leven centraal. We beginnen feestelijk op 8 september met de intrede van Kees van der Zwaard als gemeentepredikant en vieren ons samen zijn als zoekende geloofsgemeenschap, levend in de schaduw van de Allerhoogste. ‘Samen-leven’ is een levenslange oefening in ons afstemmen op de ander, je onderdeel maken van een gemeenschap, je verantwoordelijk en gedragen weten door een groter geheel. Weten we ons samengeroepen door de Eeuwige, zoals ooit het volk Israël geroepen werd uit slavernij naar het beloofde land? Voelen we ons als de leerlingen die door Jezus eropuit gestuurd worden om de wereld in te gaan? Om tot aan de uiteinden van de aarde die verbondenheid en Liefde te belichamen? En welke spiegel houdt Paulus ons voor in zijn brieven aan diverse gemeenten in zijn tijd? Het stelt ook de spannende vraag naar wie wij als Oecumenische Janskerkgemeente zijn en willen zijn. Wat bindt ons samen? Hoe zijn we op een goede manier verbonden met elkaar? Hoe is daarin de verhouding tussen gemeenschap en individu, onze eigen behoeften en verlangens en dat van een groter geheel? Hoe zijn we van betekenis voor de wereld om ons heen? Wat is de verhouding tussen ons mensen en al het andere geschapene?

Zondag 8 september Intrede ds. Kees van der Zwaard en Startzondag m.m.v. Janskoor

Voorganger: Jasja Nottelman

Thema: Samen geroepen 

Lezing: Jeremia 29,1-14



De profeet Jeremia wordt geroepen door de Eeuwige, en worstelt een leven lang met zijn roeping. Zijn volk Israël is in ballingschap, verdeeld en weggevoerd naar vreemde grond, waar leven over-leven is geworden. Bij monde van Jeremia spreekt God tot zijn volk. Een worsteling van gemis en verlangen, van schuld en berouw, van radeloosheid en troost klinkt erin door. In hoofdstuk 29 stuurt Jeremia een brief naar zijn volk in ballingschap, in Babel, bakermat van de spraakverwarring. Ook op die vreemde grond worden zij opgeroepen om te gaan bloeien, om vruchtbaar te zijn, om te kiezen voor het leven, ook ten bate van diezelfde vreemde stad. De bloei van die stad, is ook jullie bloei, zegt de Eeuwige. Na 70 jaar zal het volk weer samen geroepen worden: “Jullie zullen mij zoeken en vinden, wanneer je met hart en ziel zoekt. Ik zal jullie weer samenbrengen”. 
Hoe klinkt die oproep voor ons? Weten wij ons samen geroepen als geloofsgemeenschap door de Eeuwige? Wie of wat zoeken wij met hart en ziel? Wat betekent dat voor de plek waar we leven, maar ook voor onze plaats in het centrum van de stad Utrecht?

Zondag 15 september


Thema: Ruimte voor de ander

Lezing: Mattheus 21,10-17

Het beeld van Jezus dat oprijst in dit verhaal uit het evangelie volgens Mattheus is anders dan veel mensen denk ik voor ogen hebben. Geen zachtaardigheid en kalmte, maar een vorm van geweld. Jezus komt de tempel binnen en gooit alle handel de deur uit, alles wat in tegenspraak is met het huis van gebed. Hij maakt schoon schip met het rovershol dat de tempel geworden is. Als er ruimte is ontstaan komen de blinden en verlamden naar Jezus toe, ook zij zijn anders, vallen in de samenleving makkelijk buiten de boot. Jezus brengt hen samen, verbindt hen en geneest. Zo vormen zij weer onderdeel van het grotere geheel. 
Hoe verhouden wij ons tot dat wat anders is en vreemd aan ons? Durven we de ander ook werkelijk anders te laten zijn? Waar liggen onze grenzen daarin? Hoe maken wij ruimte voor verbinding?

Zondag 22 september

Voorganger: Marieke Milder

Thema: Jezelf kunnen zijn

Lezing: 1 Kor 3,1-11

Paulus spreekt vol passie over hoe wij als mensen kunnen groeien. Hij legt steeds opnieuw de nadruk dat wij kunnen worden wie wij zijn, als we onze verbondenheid met de Eeuwige in ogenschouw nemen. Het is God die ons doet groeien, die fundament is onder ons bestaan. Paulus heeft te maken met een concrete geloofsgemeenschap in Korinthe, met mensen die de neiging hebben zich van elkaar af te zonderen, op te bieden bij wie ze horen. Dat heeft weinig te maken met hoe we als mensen bedoeld zijn, aldus Paulus. 


Hoe is dat voor ons? Wat is ons fundament? Hoe groeien we als mens, als gemeenschap? Welke betekenis heeft dat voor de wereld om ons heen?

Zondag 29 september

Voorganger:Trees van Montfort

Thema: Goed samenleven met de hele schepping
Lezing: Psalm 8

In het voorjaar 2019 is het boek ‘groene theologie’ van Trees van Montfoort verschenen, dat te maken heeft met goed samenleven met de hele schepping. Hoe verhouden wij mensen ons tot al het andere geschapene? Hoe kunnen we op niet-antropologische wijze kijken naar de Bijbel? In Psalm 8 wordt God geprezen om haar scheppingskracht. ‘Wat is dan de mens dat Gij aan ons denkt, het mensenkind dat wij U ter harte gaan’ zingt de psalm. Het stelt de vraag naar wat onze plek is onder de zon, naar onze verantwoordelijkheid. Durven wij op een nieuwe wijze te kijken naar onze wereld?

Cyclus “Van liefde die overvloeit- Hildegard van Bingen” - 6 t/m 27 oktober 2019

Inleiding

In de herfstmaanden passen de thema’s van de vieringen in de Janskerk bij de deze tijd van inkeer. In oktober staat Hildegard van Bingen centraal, kerklerares. Hildegard was abdis van een Benedictinessenklooster, mystica en musicus. Ook schreef ze medische, plantkundige en geologische verhandelingen. Ze is onder andere bekend van haar geheel eigen stijl van muziek, een unieke vorm van het gregoriaans en van de visioenen die zij zag vanaf haar 43e levensjaar. Haar secretaris Volmar heeft deze visioenen opgetekend. In 1147 brachten Bernardus van Clairvaux en de aartsbisschop van Mainz haar onder de aandacht van de toenmalige Paus, die haar aanspoorde haar werk voort te zetten. Daaruit volgde haar eerste grote werk, het boek sicvias-ken de wegen van de Eeuwige. Dat gaf haar zelfvertrouwen om een eigen vrouwenklooster te stichten, los van het klooster waaraan zij zich toen bevond, een controversiële keuze die zij doorzette.. Elke viering lezen we naast een Bijbeltekst ook een tekst uit de Scivia, haar meest bekende werk. Geen makkelijke kost, het zijn verhalen, visioenen en gedachten uit een andere tijd en ander taalveld dan de onze! In beeldende taal geeft zij haar band met de Eeuwige weer, haar zoeken naar een plek onder de hemel, haar geraakt zijn. Zij denkt kosmisch, niet zozeer het individu ten opzichte van God staat centraal, maar het zoeken naar een kosmische betekenis, waarin alles is opgenomen, en haar doel en richting kan vinden. Tegelijk maakt zij ook gebruik van het middeleeuwse gedachtengoed over de kleinste deeltjes waaruit wij bestaan, en het zoeken naar balans. Welke betekenis heeft dat voor ons? Wat raakt ons hierin of stoot ons hierin af?
O.a. het Nieuw liedfonds heeft een aantal teksten van Hildegard (bewerkt) op muziek gezet.

Zondag 6 oktober m.m.v. Janskoor

Voorganger: Marie Hansen-Couturier
Thema: De mens is als een boom…
Lezing: Psalm 1
Tekst van Hildegard : scivias I, vierde visioen, 18 en 26 (zie hieronder)

Zowel in Psalm 1 als in de teksten van Hildegard wordt de mens vergeleken met een boom. Boom als symbool van levensadem, zuurstof, groeikracht. Een boom wortelt tot diep in de grond en strekt zich uit naar de hemel. Hildegard heeft een positieve houding ten opzichte van de aarde, en van onze lichamelijkheid. Als mens heb je drie wegen in je: ziel, lichaam en zintuigen en die horen onlosmakelijk bij elkaar. Wij kunnen niet zonder de aarde, zonder wortels en zonder de blauwe hemel boven ons. Hoe kleuren deze teksten onze blik op lichamelijkheid? Hoe verbinden wij ons met de aarde en de hemel? Welke ruimte geven we aan onze ziel?

Hildegard : scivias I, vierde visioen, 18 en 26
18. Over het feit dat de mens drie wegen in zich heeft.
De mens heeft drie wegen in zich. Hoe dan? Ziel, lichaam en zintuigen. Daarin speelt het leven van de mens zich af. Hoe dan? De ziel maakt het lichaam levend, en uit zich in de zintuigen. Het lichaam trekt de ziel naar zich toe, en activeert de zintuigen. De zintuigen op hun beurt prikkelen de ziel, en bevredigen het lichaam. De ziel geeft leven aan het lichaam, zoals het vuur zijn licht laat schijnen in de duisternis. De ziel beschikt over twee hoofdvermogens namelijk het verstand en de wil. Zij zijn als het ware de twee armen van de ziel. Het is niet zo dat de ziel armen zou hebben om zich te bewegen, maar dat zij zich in deze vermogens uit. Het is zoals de zon zich manifesteert in haar schijnsel.Daarom, mens die niet het kruim van het merg bent let op de wijsheid van de Schriften.
26. Gelijkenis van de boom in verband met de ziel.
Maar we kunnen ook zeggen dat de ziel als het ware het sap in de boom is. De krachten van de ziel vormen als het ware de vorm van de boom. Hoe dan?
Het verstand in de ziel is als de groene groeikracht in de takken en de bladeren van de boom.
De wil in de ziel is te vergelijken met de bloesem; de levensgeest als het eerste ontluikende vruchtbeginsel, de reden als de tot rijpheid volgroeide vrucht, en het gevoelsleven als de hoogte en de omvang van de omtrek van de boom. Op deze wijze wordt het menselijk lichaam stevig in stand gehouden en onderhouden door de ziel. Daarom, mens, begrijp wat en wie je bent in je ziel als je jouw goed verstand aflegt en jij je wilt gedragen als vee.

Zondag 13 oktober

Voorganger: Elise Rommens-Woertman
Thema: Oorsprong van alles wat leeft
Lezing: Jesaja 55,1-13
Tekst van Hildegard: Hymne van de heilige Geest (zie hieronder)

Hildegard heeft talloze hymnen en liederen geschreven en gecomponeerd. In deze viering staat de hymne van de heilige Geest centraal. Een loflied op de Geest, die ons behoedt en aanvuurt, die troost en ons aanjaagt. De tekst uit Jesaja is ook te lezen als een loflied, als een ode aan de Eeuwige die hemel en aarde verbindt, die die aarde doordrenkt en levend maakt. Durven wij te geloven in de Bron van levend water, in het vuur van de hoedende Geest? Zien wij sporen daarvan terug in ons eigen leven, in onze wereld?

Vuur van de hoedende Geest

oorsprong van alles wat leeft,

heilige bron van wat ademt.

Gezegend jij die wonden zalft

en hun kwalijke geur verdrijft,

ze zorgzaam loutert en geneest.

Jij die je heiligheid en vuur

in harten jaagt en troost

de goedheid die je wekt en voedt.

Jij, bron van zuiverheid

waarin weerspiegeld wordt

hoe God zich eigen maakt

wat ooit verloren was,

jij, heerlijk schild en wapen

van al wat kwetsbaar is,

jij die oprechtheid bindt

aan heil en aan genade,

bevrijd die zijn geketend,

gevangen door de vijand.

Red en bescherm hen, Geest,

met goddelijke kracht.

Jij, weg der moedigsten,

die al wat jij op aarde

en in de hemel aanraakt,

meevoert, één maakt en bezielt.

De wolken en de ether;

de stenen die zich laven,

het water in de beken,

de groeikracht van de aarde,

‘t gaat alles van jou uit.

Aan wijzen schenk jij vreugde,

aan heersers goed beleid.

Wees daarom, Geest, geloofd

met zang en levenslust,

met hoop en erend licht.

Hymne van de heilige Geest door Hildegard van Bingen
Vertaling Piet Thomas

Zondag 20 oktober m.m.v. Janskoor

Voorganger: Kees van der Zwaard
Thema: In het begin was het woord
Lezing: Johannes 1,1-14
Tekst van Hildegard: Scivias- deel uit de getuigenis vooraf bij d waarachtige visioenen die van God afkomstig zijn (tekst volgt hieronder)

Hilegard beschrijft aan het begin van de Scivias een vorm van getuigenis, hoe de visioenen tot haar kwamen, hoe zij daarmee worstelde om die openbaar te maken en met de vraag of deze werkelijk van God afkomstig zijn. We lezen ook het begin van het Johannesevangelie, een tekst die Hildegard zelf zeer dierbaar was. Hoe geven wij gehoor aan de roepstem van God? Hoe weet je dat je geroepen wordt? Welke waarde hebben woorden voor ons, heeft het Woord dat het licht in de wereld is voor ons?

Getuigenis vooraf bij de waarachtige visioenen die van God afkomstig zijn.
En weer hoorde ik een stem uit de hemel die tot mij sprak:
“Zeg dus deze wonderbare dingen, en je moet ze opschrijven zoals je ze hebt leren kennen.” Het volgende gebeurde in het jaar 1141 van de menswording van Gods Zoon, Jezus Christus. Ik was toen 42 jaar en 7 maanden oud. Een vurig licht van een geweldige intensiteit drong vanuit een heldere hemel mijn hersenen binnen. Heel mijn hart en mijn borst werden in vlam gezet, niet verbrandend maar verwarmend zoals de zon een voorwerp verwarmt waarop ze schijnt. En plotseling begreep ik de diepere betekenis van de Schriften n.l. van de Psalmen, de Evangelies en de andere katholieke boeken uit het Oude en het Nieuwe Testament. Maar ik had geen inzicht in woorden, en ook geen kennis van de indeling van lettergrepen of van naamvallen en tijden van werkwoorden. Maar de invloed en de geheime werking van heimelijke en wonderlijke visioenen had ik al in mij ervaren vanaf mijn meisjesjaren. Ik was toen vijf jaar oud. En ook nu gaat dat nog op wonderlijke wijze door. Ik heb dit eerder nooit aan iemand verteld, behalve aan een paar religieuzen die in dezelfde kloostergemeenschap leefden als ik. Maar ondertussen, wachtend op de tijd dat God in zijn goedheid wilde dat het openbaar zou worden, heb ik dit in rustig stilzwijgen vóór mij gehouden.

Maar, echt waar, de visioenen die ik zag, heb ik niet waargenomen terwijl ik droomde of sliep, of tijdens een uitzinnige vervoering, of met mijn lijfelijke ogen en oren, of op afgezonderde plaatsen. Ik nam ze waar terwijl ik klaar wakker was, helder van geest, met ogen en oren van de innerlijke mens, op openbare plaatsen, op de wijze zoals God het wilde. Hoe dat precies gebeurt, is moeilijk te doorgronden voor een mens die leeft volgens het vlees. Maar toen mijn meisjesjaren voorbij waren, en ik de eerder genoemde periode van volwassenheid bereikt had, hoorde ik een stem uit de hemel zeggen:

“Ik, levend en donker licht, heb een uitverkoren mens verlicht. Zoals het Mij behaagde, heb Ik haar (=Hildegard!) betrokken bij grote en wonderlijke zaken die ver uitstijgen boven die van vroegere mensen die veel geheimen in Mij mochten zien. Maar haarzelf heb Ik plat ter aarde geworpen, opdat zij zich niet zou oprichten in enige zelfverheffing van haar geest.

Ook heeft de wereld geen vreugde aan haar beleefd. Evenmin heeft de wereld in haar losbandigheid of bedrevenheid in zaken die de wereld aangaan, gevonden, want Ik heb haar van halsstarrige overmoed afgehouden, vrees als zij had, doodsangst in haar ellende. Want zij heeft geleden in het merg en de aderen van haar vlees, met een beklemd gemoed en gevoel en met lichamelijk lijden. Dat was zó erg dat zij voor iedereen zichtbaar onzeker werd, en zich steeds schuldig voelde. Want om te voorkomen dat haar geest zich in hoogmoed of eerzucht zou verheffen, heb Ik de kieren van haar hart afgeschermd, zodat zij in dit alles meer vrees en smart dan vreugde en uitgelatenheid zou ondervinden. Daarom heeft zij in haar geest een beroep gedaan op mijn liefde om iemand te vinden die haar zou helpen om voort te gaan op de weg van het heil. En zij heeft zo iemand gevonden en hem bemind, ondervindend dat hij een gelovig mens was en gelijkgezind wat betreft het moeizame werk dat betrekking heeft op Mij. En zich aan hem toevertrouwend, hield zij zich samen met die ander zeer ijverig met al deze zaken bezig, opdat mijn verborgen wonderen openbaar zouden worden. En diezelfde mens heeft niet de belangrijkste plaats voor zichzelf opgeëist, maar heeft zich uit nederigheid en als blijk van goede wil gevoegd naar de mens die zij gevonden heeft, zij het ook onder veel verzuchtingen. Dus mens, jij die dit niet ontvangt in onrustig zelfbedrog, maar juist in zuivere eenvoud, schrijf op wat je ziet en hoort”.

Maar ofschoon ik dit alles zag en hoorde, weigerde ik toch om het op te schrijven. Dat kwam voort uit een zekere besluiteloosheid, maar ook uit angst voor onbegrip en om misverstaan te worden door de mensen. Het was geen halsstarrigheid, maar eerder een vorm van beoefening van nederigheid. Dat duurde zolang totdat ik, door de gesel Gods geraakt, ziek in bed terecht kwam. Uiteindelijk, na verschillende ziektes doorstaan te hebben, heb ik me aan het schrijven gezet. Getuigen van dit alles waren een meisje van adellijke familie en goede zeden en van die man die ik in stilte had gezocht en gevonden, zoals ik eerder gezegd heb. Met herwonnen levenskracht ben ik van mijn ziekbed opgestaan. Omdat ik de diepere betekenis van de uitleg van de Schriften aanvoel, zoals ik al zei, heb ik de optekening daarvan tot een goed einde gebracht. Ik heb er bijna tien jaar over gedaan.

Zondag 27 oktober

Voorganger: Joop Smit osa

Thema: en weer had ik een visoen…

Lezing: Openbaring van Johannes 4
Tekst van Hilegard, liber divinorum Operum, visioen 6 (III,1) (zie hieronder)

Twee bijzondere teksten staan vandaag centraal: een visioen van Johannes en een visioen van Hildegard. Bloemrijke taal, waarin allerlei beelden elkaar op hoge snelheid afwisselen, woorden uit een haast andere wereld. Terugkerende elementen zijn ondermeer het licht, de wind, vormen en getallen en geluiden. Wat zeggen dit soort teksten, deze teksten ons? Welke wereld gaat er achter de beelden en woorden schuil? Waar hopen we op als mensheid, waar zijn we naar onderweg?

1. En weer had ik een visioen: een grote vierkante stad[1] die geheel was omgeven als door een muur van lichtgloed en duisternis, en die met bergen en gedaantes was versierd. In het midden van de oostzijde van de stad zag ik ook een hoge berg van harde witte steen, die de vorm had van een vuurspuwende vulkaan. Op zijn top schitterde een spiegel van zo’n helderheid en zuiverheid dat die zelfs de schittering van de zon leek te overtreffen.[2] Hierin verscheen een duif met gespreide vleugels,[3] alsof ze gereed was om te vliegen. De spiegel, die vele verborgen wonderen in zich droeg, zond ook een zeer wijd en hoog schijnsel uit, waarin vele geheimenissen verschenen en vele vormen van verschillende gedaantes. In deze lichtgloed verscheen aan de zuidzijde een wolk die van boven helder wit was, maar van onderen duister. Daarboven straalde een grote schare engelen waarvan sommigen eruit zagen als vuur, anderen als helder licht en weer anderen als sterren. Zij werden allen als brandende toortsen bewogen door een vliegende wind.[4] Deze was vol van stemmen die als het ruisen van de zee klonken.[5] En die wind verhief in woede zijn stemmen en zond vuur in het duister van de wolk, waardoor die in duister ontbrandde, maar zonder vlammen. En spoedig blies hij in de wolk en deed haar als dichte rook vervliegen en neerstorten. Evenzo joeg hij de neerstortende wolk, van zuid naar noord, over de berg in een oneindig diepe afgrond, zodat ze zich van nu af aan niet meer zou kunnen verheffen, behalve dat ze soms wat nevel over de aarde zendt. En ik hoorde bazuinen luid uit de hemel klinken: wat is dit, dat op eigen kracht pochend is neergevallen? En zo straalde het lichtende deel van de wolk helderder dan het tevoren geweest was. Maar niemand kon van nu af aan de wind weerstaan, die met zijn drie stemmen[6] het duistere deel van de wolk had neergeworpen

Contact

Vieringen
Janskerkhof 26, Utrecht
zo. @ 11.00 uur

Secretariaat
Oudegracht 33, Utrecht
ma. en do. @ 10.00-15.00 uur

Telefoon & Mail
06 461 477 28
secretariaat@janskerkgemeente.nl

Blijf in contact

Wekelijks versturen wij een nieuwsbrief met informatie over
de vieringen en activiteiten in onze gemeente.