Waar gaat het zondag over?

Cyclus “Hedendaagse theologen" - 3 t/m 24 november 2019

Inleiding

In November willen wij ons laten inspireren door hedendaagse theologen. Voor deze cyclus hebben de voorgangers in de verschillende vieringen hun eigen favoriete hedendaagse theoloog van het moment voorgedragen. Dat levert een boeiend en divers palet op: Op 3 november, viering van Allerzielen zullen we stilstaan bij Lutta Basset, zwitsers theologe die zich bezig houdt met woede, schuld en verlies. Op 10 november de onconventionele Amerikaans theologe Nadia Bolz-Weber die ons voorhoudt dat in elke mens een heilige en een zondaar huist. 17 november werpen we ons licht op de verhouding tussen lichaam en ziel/geest en wat dat betekent voor de moderne gezondheidszorg. Op 24 november staat Catherine Keller centraal over het ‘worden van de wereld’. Wat leveren deze nieuwe manieren van kijken naar de wereld, naar onszelf, naar God ons op? Waar raakt het ons, waar schuurt het, wat brengt het ons: als mens en als gemeenschap staande in een gelovig-zoekende traditie?

Zondag 3 november Allerzielen m.m.v. Janskoor

Voorganger: Kees van der Zwaard

Thema: Voor een boom is er hoop

Lezing: Job 14,1-12
 en een tekst van Lytta Basset

Tekst Lytta Basset: 

De God van de bijbel gaat altijd op zoek naar het gezicht van de mens of dat nu glimlacht dan wel knarsetandt van woede. Ze hebben ons niet geleerd om voor God te gaan staan zoals we zijn en hem te zeggen wat we van hem denken als pijn en woede ons kapotmaken. Er is echter meer dan de opvoeding: op zulke momenten is het alsof God zelf verdwijnt.[…] Job heeft partij gekozen voor zijn levende ik: als er te kiezen valt, dan word ik liever gedood door de ANDER dan zelf mijn eigen zijn te versmoren. Met andere woorden: er is iets dat belangrijker is dan mijn leven, namelijk mijn recht op spreken, dus op mijn waarheid en mijn verlangen naar gerechtigheid. God zelf zal mij daar niet van doen afzien, want ik heb er definitief voor gekozen mijn zaak te verdedigen en ik weiger resoluut de schreeuw om gerechtigheid in mijn binnenste het zwijgen op te leggen. Als ik mij vergis en als er in de ANDER geen gerechtigheid te vinden is, dan is dat maar zo. Misschien zal ik de enige en de laatste zijn die het voor mij opneemt. Ik zal solidair zijn met mijzelf en met die beslistheid in mijn hart ga ik op God af. We zullen wel zien, ik heb niets meer te verliezen.
(Heilige Woede – Jakob, Job Jezus, Averbode 2004, p.106-108)

Lyta Basset (1950) is dochter uit een zendelingengezin, filosofe, theologe, pastor, tweemaal doctor, ze kent haar Bijbelse talen, maar in haar boeken en preken zijn psychologie en eigen ervaring belangrijkere sleutels om oude teksten te verstaan dan kerkelijke leer. Van die leer zijn mensen te vaak ongelukkig geworden. Maar van het evangelie ‘heb jij het recht gelukkig te zijn’.


Bassets hevige drijfveer zijn haar eigen ervaringen met jarenlange depressies. Velen hebben van hun godsdienst vooral geleerd dat zij tekortschieten, niet goed zijn, schuldig en wat doe je eraan? Basset begint niet bij het bedreven kwaad, niet bij een ‘oerzonde’, maar bij het kwaad, het lijden dat een mens is overkomen, dat je is aangedaan, je vermorzeld heeft.
Evangelie, bidden, godsdienst, meditatie bieden instrumenten om daarmee in het reine te komen. ‘Vergeving’, ook zo’n woord uit het vertrouwde kerkelijk jargon. We denken dan aan iets wat ík heel hard nodig heb voor mijn ellendige verrichtingen of voor mijn aan Adam verloren bestaan. In de katholieke versie zijn de mannen van de hiërarchie de onmisbare bemiddelaars om er toch nog wat van te maken.


Basset draait ook hier de zaken om: vergeven is een aangeboren talent dat een mens zelf kan en moet ontwikkelen om het kwaad dat hem is aangedaan en heeft gekwetst te vergeven, te ‘laten gaan’. Maar niet overhaast, leert zij, met overslaan van stappen als rouw en woede. Woede -ze heeft het over ‘heilige woede’ om wat God allemaal toelaat- mobiliseert onvermoede krachten in iemands persoonlijke groei. En op diezelfde weg is ‘vergeven’ niet per se een nobele deugdbeoefening, want je bevrijdt primair jezelf.


In 2001 benam haar oudste zoon van 24 zich het leven. Verbijstering, woede, schuld, vergeven: ze had er allemaal zo mooi en doorleefd over geschreven en ze was op slag nergens. Of toch wel. Ze kende maar al te goed het gevoel dat mensen in de put zichzelf daar op- en afsluiten. En ze nam voor zichzelf een beslissing, een ‘spirituele’ beslissing, noemt zij het: “Praat! De eerste maanden, de eerste twee jaar vreselijk, hulpeloos, hopeloos.” Basset spreekt zonder aarzeling hoe het langzaam anders werd. Zij begon te zien dat het drama geen kwestie was van schuld van haarzelf of van de jongen. Het lukte haar hem te zien in een grenzeloos licht van waaruit hij haar nabij is in het leven.


Menigeen zal huiveren bij zulke concrete beelden van een wenkende reünie, een lichtende, hevig op ons betrokken overzijde. Lytta Basset niet. Ze spreekt in alle bescheidenheid over haast tastbare ontmoetingen met Jezus; diens woorden van ‘ik ben in uw midden’ geven voor haar de werkelijkheid directer weer dan vage noties over misschien, iets, ergens.
Hoe verder? ,,Tot voor kort keek ik vooral van hier naar het verleden. Ik keek terug, als iemand die blij was bevrijd te zijn uit het slavenhuis van Egypte. Nu kijk ik meer vooruit, vredig de toekomst in, voorbij de dood, naar het beloofde land van melk en honing, het huis van licht en liefde.”

(naar: Pieter van de Ven, Trouw 11-12-2003)

Zondag 10 november

Voorganger: Jasja Nottelman

Thema: Vrijspraak voor losers – ieder mens kan zowel zondaar als heilige zijn, Nadia Bolz -Weber

Lezing: Matteus 5,1-12

In deze viering maken we kennis met het gedachtegoed van theologe Nadia Bolz-Weber, een amerikaans theologe, met een turbulente achtergrond die o.a. het boek ‘Vrijspraak voor losers – ieder mens kan zowel zondaar als heilige zijn’ schreef. Wat kunnen wij leren van haar manier van kijken naar de mens met al zijn kwetsbaarheden en kracht? Welk nieuwe manier van omgaan met de bijbelse tradities houdt zij ons voor?


Uit een interview met Nadia Bolz-Weber in Trouw:

“Ze ziet er niet uit als een dominee met al haar tatoeages. Ze klinkt niet als een pastor met zo nu en dan een ‘shit’ of ‘fuck it’. En als je haar geschiedenis hoort – opgevoed in een fundamentalistisch gezin, de kerk verlaten, een tijdje aan hekserij gedaan, verslaafd geraakt – dan lijkt het een wonder dat ze haar plek heeft gevonden in de Evangelisch-lutherse kerk, pastor is geworden en nu dus publiek theoloog met een serie boeken op haar naam. Het was ook echt een wonder, schreef ze in haar eerste boek, ‘Pastrix’. Toen een van haar vrienden in de zelfhulpgroep voor alcoholisten zelfmoord pleegde, keek iedereen naar haar, de enige gelovige, om de dienst te leiden. En opeens wist ze zeker: “Ik werd geroepen om pastor te zijn voor mijn eigen mensen”.


Ze richtte daar in Denver, in Colorado, in 2008 het ‘Huis voor Alle Zondaars en Heiligen’ op. Een lutherse kerk voor mensen waar gewone gemeenten niet bepaald op ingesteld waren: homoseksuelen, transgenders, dragqueens. In de zomer van 2018 ging ze er weg. Nu probeert ze dus pastor te zijn voor veel meer mensen, waarvan velen niet eens vinden, of door hebben, dat ze de diensten van een pastor kunnen gebruiken. “Als je toevallig niet in Jezus gelooft op de manier waarop ik dat doe, betekent dat niet dat sommige van zijn lessen je niet kunnen veranderen. Ik denk dat er in het christendom veel te veel nadruk wordt gelegd op geloven.” Haar tijd in het Huis voor Alle Zondaars en Heiligen bewijst dat. “Mensen geloven daar van alles, sommigen zijn evangelisch, sommigen agnost of zelfs atheïst of heiden, en toch willen ze deel uitmaken van die gemeenschap en met de rituelen meedoen. Dat is niet omdat het verdunde crypto-vrijzinnigheid is. Wat mensen juist overtuigt is dat we heel traditioneel zijn. Maar niet conventioneel.”
(uit: Dagblad Trouw, 14 augustus 2019)

Zondag 17 november mmv. Janskoor

Voorganger: Thea Peereboom

Thema: Hoe verhouden ons lichaam en onze geest/ziel zich tot elkaar?

Lezing: Mattheus 25, 31-40

In deze viering willen we de verhouding en samenhang doordenken tussen lichaam en geest/ziel. Hoe verhouden deze zich tot elkaar? Welke nieuwe perspectieven op gezondheid en zorg levert dat ons op? Op wat daar anders kan en wat daar al anders aan ’t groeien is, op wat van belang en betekenisvol is. 


Waar het ‘genezen’ eindig is, gaat het ‘helen’ gewoon door. Het lijkt iets tussen mensen en ‘in’ mensen, maar tegelijkertijd overstijgt het ons.
Met – en vanuit Thea’s eigen ervaringen als geestelijk verzorger laat zij zich inspireren door enkele bijdragen uit het boek: ‘helende zorg’ onder redactie van Arnold Smeets, als universitair docent verbonden aan de Tilbug School of Catholic Theology (TST) en daar coördinator van Luce, de instelling voor kennisvalorisatie en postacademisch onderwijs van de TST. 


In deze bundel laten geestelijk verzorgers en theologen het belang zien van de existentiële dimensie van zorg: omgaan met verlies van autonomie, met kleine en grote gebeurtenissen, met vreugde, maar ook met lijden en verdriet. Het gaat dan om levensovertuiging, om zingeving en spiritualiteit. 
In die verbinding klinken ook de woorden van Matteus 25, ‘wat je voor de minste der mijnen hebt gedaan’.

Zondag 24 november

Voorganger: Trees van Montfort

Thema: Catherine Keller – het worden van de wereld

Lezing: Genesis 1:1-2 in verschillende vertalingen

Alles wat is, wordt in relaties. Dat inzicht uit de procestheologie ende feministische theologie is de basis van Kellers’ denken. God is verweven met de onderlinge relaties van alle schepselen, maar uiteindelijk onkenbaar. Een belangrijk werk is Face of the Deep (2003). Aan de hand van één Bijbelvers, Genesis 1:2, stelt het vele fundamentele vragen over de verhouding tussen God en de wereld. Keller laat zien dat het beeld van een schepping uit het niets door een mannelijke scheppergod niet uit de Bijbel afgeleid kan worden. In seculiere vorm werkt het door in de hoge waardering van individuele creativiteit. Creativiteit is in haar opinie echter niet het scheppen van iets totaal nieuws, maar een voortgaande ontvouwing van mogelijkheden vanuit het bestaande. Uit de baarmoederlijke chaos wordt het universum geboren, in een voortgaand proces. Dat is een heel andere tijdsopvatting dan de gangbare die van oerbegin naar eindtijd denkt. Kellers theologie vormt een uitdaging om na te denken over tijd en creativiteit.

Tekst van Catherine Keller 
(uit: Face of the Deep. A Theology of Becoming, p. xv – xx (vertaling Trees van Montfoort)

Voor/Woord
Toen in het begin Elohim hemel en aarde schiep, was de aarde tohu wabohu, duisternis lag op het aangezicht van de tehom en de ruach elohin vibreerde op het aangezicht van de wateren… (Genesis 1:1-2)
De onderstroom heeft de golf gegrepen. Het zout wast de wond. We beginnen opnieuw of helemaal niet.
Wat als begin – dit begin, elk begin, Het Begin – niet in het verleden ligt, als een oorsprong, maar zich eerder opent? ‘Beginnen’ komt van het oud-Teutoonse woord be-ginnan, open snijden, openen, verwant met het oud-Engelse ginan, wat betekent: gapen, zoals een mond of een afgrond.

Wij gapen terug. Wij maken schitterende machines om ons te vergapen. Die leggen een heelal vast dat zich eindeloos lijkt te openen. Zijn expansiesnelheid lijkt nu inderdaad verbluffend toe te nemen – alsof het de aanvankelijke vloedgolf van materialisatie, de Big Bang, de oerknal, opnieuw afspeelt. Of toepasselijker dan Big Bang: de Big Birth, de oergeboorte. Een vreemde ‘donkere energie’ drijft het heelal eindeloos uit. In een centrifugale expansie die paradoxaal genoeg zonder centrum is, glijden betoverend grote branden van stervende sterren langs, tegelijk met kraamkamers van nevels die sterrenfoetussen uitbroeden. De sterrenstelsels zijn vervlochten als een bloedsomloop: de niet-lineaire geometrie van chaos figureert overal. Sterrenkundigen die zich ooit richtten op ‘lichten als edelstenen die zich in eeuwig terugkerende patronen bewogen’, moeten de mogelijkheid onder ogen zien dat melkwegstelsels en hun schepselen ‘nauwelijks meer zijn dan schuimspatten op een stormachtige zee van donkere materie’. Duisternis over de diepte.

Vergapen wij – gelovig of niet gelovig – ons slechts een ogenblik om dan geeuwend weg te kijken? Wast deze pure buitenkant, deze begrenzende grenzeloosheid, elke betekenaar van menselijk verschil weg? Hoe moeten we meevoelen met deze onmogelijke hoeveelheden van, zeg, honderd miljard sterrenstelsels van elk honderd miljard sterren? Deugd – gelovig of niet gelovig – roept onze blik terug naar de straten om met humane projecten in te spelen op nood op menselijke schaal. Maar dan: zie de chaos van het lijden dat uit de marges barst. Probeer je maar eens te focussen op een enkel onderwerp. Op ecologie, economie, ras, gender, seks… Ze spoelen allemaal naar binnen. Verschil vermenigvuldigt verschil. Deze Anderen weigeren gezichtsloos te blijven. Hun ogen vormen sterrenstelsels.

We trekken ons samen in een knusse microkosmos van een zelf, een liefde, een geestelijke solidariteit. Elk daarvan stort ineen in bodemloze wateren. Het lukt ons weer niet om de oneindigheid buiten te sluiten. Niet de in zichzelf besloten totaliteit van een abstracte oneindigheid: “Voor mij kan het nooit een zijn,” zegt Luce Irigaray over deze “vloeibare expansie.” “Kan het nooit voltooid zijn, altijd on-eindig (infini).” Onaf.

Cyclus “ Vrouwen zingen Magnificat” - 1 december 2019 t/m 5 januari 2020

Inleiding

We zingen ons door advent heen naar kerst toe. Het zingen van een lied hoort bij belangrijke momenten, bij een afscheid, een overgang, een overweldigende ervaring, bij rites de passage. Niet voor niets barsten musicalsterren op het moment van de climax uit in een lied. Zingen tilt je op, verheft je boven jezelf, raakt aan iets wat groter is dan jij. Daardoor worden kleinheid en grootsheid verbonden.
Onze advents-‘sterren’ zijn zingende vrouwen, herders en engelen. Maar hun lied heeft niets sentimenteels. Het begint bij een kind, maar het reikt naar het messiaanse visioen van vrede en gerechtigheid. Meer revolutionair, dan teder. Meer geestdriftig, dan dromerig. Magnificat! ‘Mijn ziel maakt groot…’

Deze cyclus biedt ook een mooie gelegenheid om op zoek te gaan naar eigen liederen die met je meegaan, liederen op de grens, liederen van hoop.

Zondag 1 december 'Eerste Advent' m.m.v. Janskoor

Thema: Lofzang van Hanna
Voorganger: Kees van der Zwaard

Lezing: 1 Samuël 2: 1 – 10

De evangelist Lucas verbindt de droom van verlossing met een geboorteverhaal. Maar hij besteedt geen tijd aan zwangerschaps- en bevallingsverhalen. Hij plaatst moeder en kind direct in Gods grote geschiedenis.
Dat is niet voor het eerst. Dat gebeurt ook al bij de lofzang van Hanna, waarin ze uitbarst als ze haar langverwachte zoon Samuel naar de tempel brengt. Haar lied is de basis voor Maria’s Magnificat. Het verbindt Hanna’s vervulde verlangen (een kind) met het verlangen naar een wereld die klopt: ‘De Heer spreekt recht over heel de aarde.’
Dat roept de vraag op naar onze toekomstverwachting.

Zondag 8 december 'Tweede Advent'

Thema: Het lied van Lea

Voorganger: Joop Smit o.s.a.

Lezing: Genesis 29: 31 – 30: 22

Het Magnificat van Maria is helemaal samengesteld uit citaten uit het Eerste Testament. Jezus of Johannes worden er niet in genoemd. Alles draait om het handelen van de Ene, die de heersers van het plûche zal stoten en die de armen zal oprichten. In deze viering bezien we die oude verbindingen, o.a. met Lea. Ook zij verlangt naar een eigen plek, bij Jacob, naast Rachel. En ze zet het moederschap in om die plaats te verwerven. ‘Alle vrouwen zullen mij gelukkig prijzen.’ Geen romantisch verhaal, maar een gevecht om bestaansrecht. En daarin komt Lea dicht bij ons.

Stef Bos, Lied van Lea

Zondag 15 december 'Derde Advent'

Thema: Het lied van Elisabeth

Voorganger: Jasja Nottelman

Lezing: Lucas 1: 39 – 45

In deze viering staan we op het kruispunt van ontmoeting en hoop. Elisabeth ontmoet Maria, Johannes meldt zich in haar baarmoeder, en de Geest krijgt vrij spel. Elisabeth begint te zingen en te zegenen. De dynamiek van de Eeuwige verbindt zich met de kleine mensenwereld. Daarmee wordt het lied van Lea vervuld en verder gebracht. Elisabeth doet zoals er is gezegd. En ze bezingt haar verbazing: Wie ben ik, dat ik deelgenoot ben van deze grote beweging?
Hoe geloven we in die grote beweging en hoe kunnen we er in onze kleine mensenwereld deelgenoot van zijn? Persoonlijk en als gemeenschap – plaats van ontmoeting.

Zondag 22 december 'Vierde Advent'

Thema: Lofzang van Maria

Voorganger: Marieke Milder

Lezing: Lucas 1: 46 – 55

Magnificat! – Mijn ziel maakt groot de Heer. Maria’s lied is een lied van overgave en een lied van verzet. Zij stelt zich beschikbaar voor het Messiaanse visioen. En juist die beweging bevrijdt Maria. In haar wordt de kracht van nederigheid voelbaar. Daarmee wordt haar lied tegelijk protestsong en vrijheidslied. Zij staat trots en geestdriftig in de lijn van de traditie van profetische vrouwen uit het Eerste Testament.
Wat zingen wij op de valreep van kerst? Welk lied dragen wij ons mee om onze droom levend te houden?

Dinsdag 24 december 'Kerstnacht' mmv. Janskoor

Thema: Het lied van de engelen 

Voorganger: Elise Rommens-Woertman

Lezing: Lucas 2: 1 – 20 (accent op vers 14)

‘Eer zij God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’ Het hele messiaanse programma in één liedregel samengevat. Het engelenlied kan zo als tweet de wereld in. Bij Bethlehem start de wereldconventie met muziek. De bevrijder wordt verwelkomd. Het is een kind. Jezus. Hoe zal dat kind dat programma waarmaken? Hoe legt hij de verbinding tussen de eer van God en vrede op aarde? Jezus beantwoordt die vraag met het ‘onze Vader’. Een gebed als programma. Zingen wordt bidden. Bidden wordt handelen.
Op welke weg plaatst het lied van de kerstnacht ons?

Woensdag 25 december 'Kerstmorgen' mmv. Janskoor

Thema: Het lied van de herders 

Voorganger: Jasja Nottelman

Lezing: Lucas 2: 1 – 20 (accent op verzen 13 t/m 20)

Kerstmorgen reageert op kerstnacht. De herders hebben het lied van de engelen gehoord en gaan op weg naar het kind. Als ze het kind vinden ervaren ze dat het is zoals de engelen hadden gezegd. Dat het klopt. En daarmee ervaren ze iets van die wereld die klopt. Zoals Huub Oosterhuis dicht: ‘Dat de nieuwe wereld komen zal.’
We zoeken naar momenten en ervaringen die ons vertrouwen geven in de toekomst, de tijd van Gods nieuwe wereld.

Zondag 29 december

Thema: Maria hoort het lied van Simeon 

Voorganger: Elise Rommens-Woertman

Lezing: Lucas 2: 22 – 35

Na het Magnificat wordt het spannend. Wie zich uitspreekt en haar droom uitzingt, ontdekt dat de wereld daar niet van wil weten. Het duister heeft geen zin in het licht. Het visioen van recht en vrede maakt tegenkrachten los. De macht verdedigt haar troon. En iedereen die daar tegen opstaat zal op weerstand stuiten. Wie wil bijdragen aan de redding van de wereld loopt gevaar. En de hele familie lijdt daar onder, de moeders als eersten: ‘Door je ziel zal een zwaard gaan.’
Een viering over de pijn van het visioen, het nog-niet.

Zondag 5 januari 2020

Thema: Het lied van (H)Anna 

Voorganger: Jasja Nottelman

Lezing: Lucas 2: 22 – 24 en 36 – 38

In navolging van Hanna en Samuël, brengt Maria Jezus naar de tempel. Daar ontmoet ze – naast Simeon – Anna, een oude weduwe, die weet wat verlies is. Als een kloosterlinge heeft zij haar hele leven gewijd aan de komende bevrijding. Haar plaats is de tempel, waar zij vast en bidt. Zo verbindt zij actie met contemplatie. Maria staat op de grens van haar nieuwe leven als moeder van Jezus, de bevrijder. Juist daar ontmoet zij iemand, die heeft geleerd om de weerbarstigheid van het bestaan uit te houden. Door te blijven zingen. Hier is het lied niet de eenmalige uitbarsting, maar veel meer de liturgie van alledag. Hanna houdt de lofzang gaande. En de lofzang houdt de beweging gaande. Hoe voegen wij in in die beweging?

Contact

Vieringen
Janskerkhof 26, Utrecht
zo. @ 11.00 uur

Secretariaat
Oudegracht 33, Utrecht
ma. en do. @ 10.00-15.00 uur

Telefoon & Mail
06 461 477 28
secretariaat@janskerkgemeente.nl

Website en social media
06 343 15 967
website@janskerkgemeente.nl

Blijf in contact

Wekelijks versturen wij een nieuwsbrief met informatie over
de vieringen en activiteiten in onze gemeente.