Tijdens de Advent iedere week een tekst ter inspiratie. Deze week: bij psalm 27

Mijn God is gemaakt

van sprankjes hoop en groot verlangen

om niet in bange uren

Godverlaten

niet te dragen

alleen te zijn.

 

In het ergste uur

van tekort en mislukt

van angst voor vergeten zijn

denk ik mij mijn God.

 

Een God,

die mij hoedt en draagt,

mij houvast geeft

als ik aan het vallen ben.

 

Mijn God is gemaakt

Van sprankjes hoop en groot verlangen,

dat het waar is:

 

Ik zal er zijn”.

(Tekst: Lonnie Ploegmakers)

Gedurende de Advent vieren we vanuit de cyclus ontfermen.

Advent: cyclus over Ontfermen

Met de advent begint het nieuwe kerkelijke jaar. Op het moment dat de nachten lang zijn en het licht overdag diffuus aanwezig is, zoeken we in de vieringen naar nieuwe levenskracht. Naar ruimte om op te ademen. Deze advent- en kerstperiode doen we dat aan de hand van psalmen waarin ontferming een rol speelt. In deze psalmen klinkt in verschillende bewoordingen het verlangen door “dat er iemand is die ons blijft zoeken in het diepste duister, die ons op weg wil helpen naar het licht”.

Ontferming vraagt om je te laten raken door een ander. Om hem of haar te zien als beelddrager van de Eeuwige. Om nabij te zijn en ruimte te schenken.

Ontferming vraagt om betrokkenheid op onze wereld om het goede te zien en te koesteren. Om in beweging te komen bij wat onrecht is, wat mensen gevangenhoudt en wat het leven bedreigt.

Ontferming vraagt om je te laten zien met je licht- en schaduwkant, met je pijn en levenslust. Om je in alles gedragen te weten.

Ook in de liturgie vragen we met regelmaat aan de Eeuwige om zich over ons en onze wereld te ontfermen. Daarin klinkt de roep door om ons te zien in onze vreugde en ons verdriet, om het onrecht en de nood op zoveel plekken in onze wereld waar geen pasklare oplossing voor is. Daarin is ons verlangen hoorbaar om niet alleen te zijn, maar in verbinding nieuwe, creatieve wegen te zoeken die naar het leven leiden.

Tussen gezichten

ik kan jou niet zeggen
maar ik kan je zien

hoe zeer jij zwijgt
met je gezicht op mij gericht

kan ik niet anders
dan jou zien

en de Ander die mij
in jouw ogen vraagt

tot op mijn bodem
goed te zijn

zeg maar:
heilig

geen heilige
maar in wezen de bedoeling

om goed te doen
moet ik je zien

jij maakt mij goed
heilig, voor even

ik wist niet
dat ik het in me had

nu wel
dankzij jou

(Kees van der Zwaard uit: Terwijl wij leven)

Zo gaan wij deze advent op weg door de wirwar van onze wereld.
In het duister van de kille nacht zoeken wij momenten van licht en levenskracht
met niets dan in ons hart ‘ik zal er zijn’

De cyclus voor de Advent vind je hier.